haardvuur, vlammen, houtblokken, burn-out, havancoaching
Lichamelijke gezondheid, Mind

Als het vuur nog brandt, maar de vlammen stilaan verdwijnen.

Kijk jij ook soms geboeid naar een brandend haardvuur?  De houtblok waar langs alle zijden oranje-rode vlammen naar boven rijzen.  Vlammen die nooit stil lijken te staan, maar vrolijk dansen op de houtblok.  Een groots vertoon.  De houtblok verandert van een bruine, gesloten blok, naar iets zwarts met rode gaten in. En met die transformatie worden de vlammen beetje bij beetje kleiner… tot er enkel een smeulende klomp overblijft, die stilaan zijn warmte verliest.

Eind 2014 was ik dat smeulend klompje.  De houtblokjes die ik via vrienden, hobby’s en andere leuke dingen trachtte te verzamelen, leken niet sterk genoeg om werkdagen te overleven.  Buiten het werk had ik de jaren ervoor veel van mijn vrije tijd bij mijn ouders doorgebracht, en dan vooral mijn zieke papa.  Mijn liefde voor hen bracht telkens wel wat vlammetjes, maar ook die waren op den duur niet voldoende meer om de volgende houtblok aan te steken.  En zo doofden mijn vlammetjes.

Maar het vuur bleef! De passie voor het leven, fotografie, schoonheid, eten, wandelen, schilderen, … De liefde voor mijn ouders, familie, vrienden, de natuur… Krachten die mijn vuur wakker hielden.  Maar de energie van de vlammen was verdwenen.

Ik zag er tegenop de werkdag te starten.  Sleurde mezelf na lang snoozen dan toch maar uit mijn bed.  Mijn badkamerbezoek leek uren te duren en ik wou het alleen maar nog langer rekken.  Als een robot.

Met draaiende maag in de auto, misselijkheid die de ganse dag bleef aanhouden.  Mij compleet niet bewust van het verkeer rond mij, enkel een overheersend gevoel van misselijkheid en tegenzin.  Ik wou gewoon schuilen bij mijn ouders, met mijn vrienden op reis gaan, aan de kust wandelen, … Maar niet dit, aub niet.  Zin om te wenen, wanhoop, vermoeid, leeg.  Puur verder op automatisme.

Op het werk meer en meer fouten maken, geen concentratie meer, vechten tegen vermoeidheid, schrik om nóg meer fouten te maken en ontslagen te worden, je hart constant voelen bonken in je keel, kortademig, opgejaagd.

Om ’s avonds op de terugrit mijn moeder op te bellen om toch maar niet in slaap te vallen.  Uitgeput in de zetel vallen, te weinig energie om eten te maken.  Is er pizza in huis? Of gewoon een rijstkoek?

Ik heb het mezelf met momenten kwalijk genomen dat ik, toen 32 jaar oud, niet kon functioneren.  Mezelf schoppen onder kont gegeven om toch maar te blijven doorgaan.  Op dat moment, temidden de burn-out, lijkt het nog een uitzichtloze situatie.  Ik heb het mijn baas kwalijk genomen, dat hij mij enkel op fouten wees, maar mij nooit echt bij arm heeft genomen, laat staan deftig gepraat.  Ik heb op het werk vaak aangegeven mij in een overdrive te voelen, zoals een kind dat te lang op is en vecht tegen zijn slaap.  Maar misschien verwachte ik gewoon teveel, van mezelf, van mijn baas, van anderen.

Mijn lichaam brak, geen energie, geen functioneren.  En ik zakte ineen.

Mijn traditie van cocoonmomenten (of hygge zoals men het tegenwoordig noemt), werd een gedwongen overlevingsstrategie.  Verplichte rust, waar ik me in het begin zo trachtte tegen te verzetten: “Nee, ik moet naar het werk! Ze bellen mij, hebben mij nodig! Ik heb nog een lange todo-lijst! Het is onfair mijn collega’s daarmee op te zadelen! Nee, ik mag niet rusten, ik moet presteren.  Wat zullen ze wel niet van mij denken, op het werk, in de straat, de buren, mijn vrienden, mijn familie, mijn ouders, …”   Maanden heeft het geduurd vooraleer ik mezelf de rust gunde die ik verdiende, en nodig had.  Maar eens ik mezelf die rust gunde, verdween ook meteen elk functioneren.  Slapen, eten, slapen, douchen, slapen, eten, slapen, eten, slapen, repeat.   Ook dit patroon hield enkele maanden stand, waarna ik, net zoals bij baby’s stilaan een eigen ritme terug vond dat meer aansloot bij een dag- en nachtritme.  En dan, bij wakkere momenten, nemen de gedachten het over.  Ik herbeleefde allerlei momenten, voelde de intense emoties die er toen bij kwamen, en het maakt me terug moe.  Ik kon ze niet vatten, die momenten, die situaties.  Ik begreep het allemaal even niet meer.  Ik liep vast.

Ik besloot mij enkele sessies te laten begeleiden.  Tijdens de eerste sessie ze mijn begeleidster opeens: “weet je, het is ok, het is ok hoe je je voelt, het is ok om niet alles te begrijpen, het is ok om hulp te vragen, alles is ok, jij bent ok.”  En voor het eerst in jaren heb ik geweend, daar ter plekke.  Mijn pakje zakdoeken was binnen het kwartier opgebruikt, en er werd mij een doos Kleenex onder de neus geschoven.  Tegen het eind van de sessie was ik wat uitgeweend, versuft, maar o zo rustig.

Gewoon horen dat het ok was (en is), meer had ik niet nodig op dat moment.

En vanaf dan, ben ik mijn burn-out als een geschenk gaan zien.  Ik besefte meer en meer hoe er zaken waren die voor mij niet werkten, maar waar ik veel energie in stak om ze te doen werken.  Gewoon omdat het voor familie, vrienden, buren, … wel werkt.  Ik begon te accepteren dat niet alles voor mij werkte, en dat ook dat ok was.   Ik begon te accepteren dat mijn lichaam mij niet tegenwerkte, maar gewoon simpelweg aangaf wat het nodig had.  En dat ik daaraan tegemoet moest trachten te komen.
En ik begon mezelf te accepteren, als individu binnen een gemeenschap, binnen een familie, binnen een vriendenkring, …

Door de jaren heen verzamelde ik voor mezelf een schatkist aan informatie over mezelf & aan tools om mezelf binnen situaties niet te verliezen, te beschermen tegen situaties die mijn gezondheid konden schaden, … Het veranderde de manier waarop ik in het leven sta, de manier waarop ik kies mijn leven te leiden.  Het veranderde hoe ik mezelf zie in situaties, de impact die ik er op heb, en de impact die ik het toelaat op mezelf te hebben.

Mijn burn-out was niet langer lijden, maar leiden.

En deze schatkist, samen met wat ik in mijn driejarige opleiding Gezondheidscoach heb bijgeleerd, wil ik graag delen. 
Met jou, omdat ook jij ok bent, omdat ook jij geweldig bent!

Klaar voor jouw eigen schatkist?